Ans Tuin wordt ook wel de laatste parel van de Jordaan genoemd
onvervalste muziek uit de Amsterdamse Jordaan

Ans Tuin               

Mokums

Veel echt Amsterdamse woorden komen uit het Joods (Jiddisch) maar niet alle. Ook worden veel uitdrukkingen in andere steden gebruikt.
Een aantal nog veel voorkomende en bekende Amsterdamse woorden en uitdrukkingen hebben we hier even op een rijtje gezet.

Deze lijst is een gedeelte van Mokums

Aggenebbis: waardeloos, slechte kwaliteit
Afnokken en aftaaien: weggaan
Attenoje: mijn god! (uitspreken als vorm van verbazing)
Bakkie leut: kopje koffie
Bargoens: dieventaal
Mokum Barrel: gammel (voertuig of mens, kan allebei!)
Dikke tampeloeris ken je krijge: ik denk er niet over!
Dokken of afkomen: betalen
Fikken: vingers
Gabber: vriend
Gajes of geteisem: gepeupel
Gallemieze: platzak, armlastig
Gallish van worden: onpasselijk worden
Gok: neus
Gotspe: brutaal, tegen de draad in
Haar in de zaak: vrouwen in aantocht!
Haarlemmerdijkie: flauwekul, inde maling nemen
Hassebassie: borreltje
Jajem, hassiebassie en pikketanesie: jenever
Jatten: stelen
Jofel: toffe peer
Jouker: te gek (negatief bedoeld zoals te duur of absurd)
Kanen: eten
Kapsoneslijer: hoog in de bol
Kappen of nokken: ophouden
Kassie wijle: dood
Kinnesinne: afgunstig, jaloers
Kopstoot: borrel met een pilsje
Krentenkakker: gierigaard
Lappen: gezamelijk iets betalen
Lazerus: dronken
Los maken: laatste artikel (ver) kopen
Luizebos: een rotzak
Majem: gracht, water
Matten: vechten
Mazzel: geluk
Mesjogge en gesjeesd: gek
Mierenneuker: let op kleinigheden
Mischmagger: gluiperd
Mokkel: meisje
Mokum: Amsterdam
Noppes: voor niets
Ome Jan: bank van lening
Patjepeeër: poenerig type
Penoze: onderwereld
Pingelen of afdingen: iets van de prijs afhalen
Pieneut: de klos
Ponem of porem: gezicht
Ratsmodee: duivel, bliksem
Raudouwer: doordrammer
Sam sam: eerlijk delen
Schlemiel: arme sukkel
Schnabbel: klusje, snelle verdienste
Sjoege: kennis van iets hebben
Sjoemelen: beduvelen, misleiden
Sores: problemen
Spatsies: kapsones, druktemaker
Smeris, juut of rus: politieagent
Stennis: stampij, herrie maken
Stille: agent in burger
Sodemieter: oprotten of pak slaag
Tinnef: troep, slechte handel
Vernachelen: verprutsen of in de maling nemen
Versjteren: verzieken
Zeperd: pech, verlies
Zwijnen: geluk hebben

Jordaan markt

Uw Amsterdamse feest is pas compleet
als Ans Tuin is geweest